Misschien een contradictie, maar ik zie dat een open regering steeds meer tot de mogelijkheden behoort. En dan bedoel ik niet ‘open politiek’ maar ‘open ambtenarenapparaat’.
De Amerikaanse regering begon een ‘beleid voor open’ toen Obama aantrad. Een poging om regeren openbaar te maken. En dat is niet zo makkelijk. Geheimhouding is belangrijk, vinden de meeste regeringen. Anders zouden je tegenstanders maar al te makkelijk je zwakke punten blootleggen. Maar in de ‘open’ wereld, is juist het tegenoverstelde bewezen. Zwakheden worden blootgelegd, en er zijn altijd meer mensen die goed willen doen dan slecht.
Dus meer mensen halen het beste in de regering naar boven. Meer mensen zijn alert over ontwikkelingsplannen en meer mensen weten wat de regering doet, en gaan eerder over tot actie. Actie die de koers verandert. Actie die opportunisme en belangenverstrengelingen blootlegt. Actie die geen corruptie duldt.
Open regering is ware democratie: iedereen heeft inspraak, iedereen kan de financiën controleren. Ware democatie is open.
Open regeringen steunen op open data, waarbij door de overheid verzamelde gegevens toegankelijk worden voor iedereen, open informatie, waarbij de regering pro-actief informatie verstrekt die van belang kan zijn, en open dialoog, waarbij net als op dit moment in Curaçao verschillende gesprekspartners samen met de overheid de problemen en oplossingen bespreken.
In Canada en de Verenigde Staten wordt open regeren heel serieus aangepakt. In verschillende landen waaronder Engeland, wordt ook het maken van beleid steeds opener: Open Policy Making.
Over de hele wereld is er beweging in deze richting. Betere controle door de bevolking voorkomt corruptie, snoepreisjes en al te grote gaten in de begroting.
Rens van der Hammen, journalist bij Radio Hoyer en later bij het Antilliaans Dagblad, vroeg me op 1 maart 2010 om zijn column 'Byte Me' over te nemen. Deze verschijnt elke week in de zaterdagbijlage van het Antilliaans Dagblad (de AD Wikent). Op 20 maart werd het eerste stukje geplaatst.